Hiërapolis Talloze sarcofagen, graftempels en ronde ommuurde graven liggen hier her en der verspreid. Sommige grafmonumenten zijn huizen hoog. De meeste sarcofagen zijn opengebroken door grafplunderaars vanwege de meestal kostbare bijgaven die men de overledenen meegaf. Een twee kilometer lange weg voert ons langs de rijk versierde graven van kooplui, wolwassers en tapijtwevers. Ook vele vorstelijke personen kwamen in de loop der eeuwen naar Hiërapolis om genezing te vinden. bij de heetwaterbronnen. Of ze genezen zijn weten we niet, macaar in ieder geval zijn zij hier begraven in de loop der eeuwen. Een diep contrast met deze onafzienbare dodenstad zijn de woorden van de levende Heiland Ik ben dood gewéést en levend geworden Het werd gesticht door Eumenes II in het jaar 190 v. Chr. Eumenes was de koning van Pergamon en noemde de nieuwe stad naar Hiera, de vrouw van Telephus, stichter van Pergamon. In de oudheid stond de stad hoofdzakelijk onder Romeinse invloed. De bouwwerken zijn dan ook voornamelijk in Romeinse stijl opgetrokken. Het was een Romeinse toeristenplaats. Men kwam van ver naar de thermale bronnen van Pamukalle. Hiërapolis werd een stad gericht op ontspanning met een theater, een tempel gewijd aan Apollon, een arcadenboulevard en een typisch Romeinse marktplaats (forum). Maar door de vele aardbevingen in het gebied heeft Hierapolis zich nooit volledig kunnen ontwikkelen. Het gebied rond Hierapolis was rijk aan marmer van goede kwaliteit. Dit was voor de stad een belangrijk bron van inkomsten. Het marmer is zelfs in de “aya Sofia” in Istanbul gebruikt. Na de zware aardbeving van 1354 was de stad volledig verwoest en dat was het einde van haar geschiedenis. In Hiërapolis treffen we ook de ruïnes aan van een achthoekige christelijke basiliek uit de vijfde eeuw. De muren zijn grotendeels nog intact zodat je je heel goed een voorstelling kunt maken hoe de kerk er vroeger heeft uitgezien. Het grondplan is een vierkant. Daarom heen bevonden zich de bijgebouwen zoals de doopkapel, de gastenverblijven, de woning van de voorganger , de pastorie zouden we vandaag zeggen en de magazijnen van de diakenen. De kerk heet de Filippuskerk omdat volgens de overlevering de diaken en evangelist Filippus hier gewerkt heeft. Filippus was de evangelist die de "kamerling" over Jezus vertelde. Lucas vertelt dat deze Filippus later naar Casesarea is vertrokken. Deze plaats ligt aan de Middellandse Zee. Het is wel zeker dat Filippus daarna per schip naar Klein-Azië is gevaren waar hij zich vestigde in Hiërapolis, waar we nu nog de fraaie ruïnes van de Filippuskerk kunnen bezoeken. Mij trof dat boven één van de poortbogen van de zeer oude Filippuskerk de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet was gemetseld. ALFA – OMEGA. Bergama Bij Bergama stromen de Selinos en de Ketios uit de bergen in het dal van de BakIr çaYI. De hoge heuvel tussen die twee kleine riviertjes was om zijn strategische ligging al vroeg bewoond. Hij kreeg echter pas echt betekenis toen Lysimachos, één van de veldheren van Alexander de Grote, de plaats na de dood van deze vorst onder controle kreeg. Voordat hij, om zijn gebied verder uit te breiden, ten strijde trok tegen Seleuços, een andere veldheer van Alexander, liet hij hier rond 300 v. Chr. een schat van 9000 talenten zilver achter (1 talent = ca. 20 kg). Maar Lysimachos sneuvelde en zijn schatbewaarder, een zekere Philetaims, nam het heft in handen en benoemde zichzelf tot gouverneur. Omdat Lysimachos zo slim was geweest een eunuch te benoemen tot schatbewaarder, kon Philetairos zelf geen dynastie stichten. Zijn neef Eumenes I (263-241 v. Chr.) wilde de zaak na zijn dood echter met veel plezier overnemen. Diens (geadopteerde) zoon Attalos I (241-197 v. Chr.) legde de basis voor het rijk yan Pergamon. Hij versloeg de Galaten, sloot een vriendschapsverdrag met Rome en riep zichzelf uit tot koning. Zijn zoon Eumenes II (197-159v. Chr.) was de man die het koninkrijk groot maakte. Tijdens zijn bestuur werd het hele westelijke deel van Klein-Azië in bezit genomen en werden aanvallen van Syriërs en Galaten eenvoudig afgeslagen. Hij liet op de acropolis van Pergamon een groot altaar voor Zeus verrijzen en ook de lagere delen van de heuvel werden in opdracht van deze kunstminnende vorst bebouwd. In zijn tijd werd het Asklepion, een medisch centrum op de heuvel aan de andere zijde van de Selinus, uitgebreid en verfraaid. De meeste indruk wist Eumenes 11 te maken met zijn bibliotheek. Als synlbool van de sociale en culturele status van de stad verzamelde hij in een groot gebouw meer dan 200.000 boekrollen. Vol. gens de overlevering waren de Egyptenaren zo bang dat hun bibliotheek van Alexandria zou worden overtroffen dat zij de uitvoer van papyrus naar Turkije stillegden. Als alternatief materiaal voor het vervaardigen van boeken ontwikkelden de geleerden van Eumenes toen het perkament. De naam van deze geprepareerde dierenhuiden (in het Latijn: 'per gamen ') is duidelijk afgeleid van de stadsnaam. Eumenes 11 werd opgevolgd door zijn jongere broer Attalos II (159-138 v. Chr.), die steeds meer onder invloed van Rome kwam. Het gebrekkige ver- mogen van de Attaliden om nageslacht te produceren maakte ten slotte een einde aan het koninkrijk. Toen koning Attalos III in 133 v. Chr. kinder- loos stierf, werd de stad per testament aan de Romeinse staat nagelaten. pergamons roem duurde nog geruime tijd voort. Het Asklepion ontwik. kelde zich dankzij de arts Galenus tot één van de belangrijkste medische centra van het Romeinse rijk. De bibliotheek van Pergamon werd in de laatste eeuw v. Chr. leeggeroofd door Marcus Antonius die door het aan. vullen van het boekenbestand van de door brand verwoeste bibliotheek van Alexandrië een wit voetje wilde halen bij zijn grote liefde, de Egypti. sche CIeopatra. j Nadat het christendom hier voet aan de grond had gekregen. werd in het dal van de Selinos een grote basilica gebouwd die was gewijd aan de apostel Paulus. In de nadagen van het Byzantijnse Rijk werd de acropolis nog versterkt. Maar nadat de Seldsjoeken de stad korte tijd in bezit hadden. werd Pergamon in 1402 definitief verwoest door de Mongolen onder Tamerlane. In het dal ontwikkelde zich in de Osmaanse tijd onder de .Turkse naam Bergama een provinciestadje met een grote markt; de rivier Selinos ging Bergama çaYl heten. De legendarische oude stad op de heuvel lag toen allang onder een laag puin. De Duitse ingenieur Carl Humann ontdekte in 1871 een aantal fragmenten van marmeren reliëfs die hij naar Berlijn stuurde. waar ze wer- den geïdentificeerd als onderdelen van het Zeusaltaar. De Berlijnse musea organiseerden een expeditie om de resten bloot te leggen. Hele gebouwen werden daarbij naar Duitsland verscheept. hetgeen overigens na een verzoek daartoe van Bismarck door de Turken werd toegestaan. In Berlijn kunt u (tot ergernis van de huidige Turkse autoriteiten) veel van dit moois nog zien in het beroemde Pergamonmuseum, waar ook het enorme Zeusaltaar is gereconstrueerd. Antalya Strabo en Homerus meldden dat de provincie Pamphilia, waartoe ook Antalya behoorde, vanaf het 5e millennium v.Chr. bewoond was. In tegenstelling tot Lykië met haar soms ruige bergen was en is Pamphilia een vruchtbaar, vlak gebied met voldoende water. De provincie strekte zich uit tot het verder naar het oosten gelegen Silifke, waar de provincie Kilykië begon. De naam Pamphilia betekent zoveel als 'land van de volken' en verwijst naar de verschillende Griekse volkeren die hier woonden. Antalya werd in de 2e eeuw v.Chr. door Attalos II van Pergamon gesticht als havenstad. Vóór die tijd werd het gebied wel bewoond maar van een stad was geen sprake. Door de gunstige natuurlijke omstandigheden werd de stad, toen nog Attaleia geheten, de belangrijkste haven aan de zuidkust. Attalos c.s. moest al snel zijn meerdere erkennen in zeerovers, die op hun beurt de benen namen voor de Romein Servillius en diens manschappen. Antalya beleefde vervolgens een welvarende periode. toen ten tijde van de Byzantijnen omringende steden als Aspendos, Side* en Termessos met economische problemen kampten. De bijbel, Handelingen 14: 25-26 beschrijft bijvoorbeeld hoe de evangelist Paulus op zijn eerste zendingsreis (46-48 n.C.) via deze stad reisde. De kruisvaarders gebruikten de haven om naar Palestina te varen. Begin 13e eeuw kwam Antalya onder Seldsjukisch bestuur. De Osmanen namen de macht eind 14e eeuw over en behielden die tot 1923. Waarna het uiteindelijk deel ging uitmaken van de republiek Turkije. Antalya is ook mede bekend vanwege haar heerlijk zoete sinaasappelen, Die daar samen met andere citrusvruchten overvloedig te vinden zijn. Antalya is een belangrijke vakantiebestemming voor toeristen die Turkije bezoeken. In het historische centrum zijn er verschillende moskee's en pleinen te bezoeken. Er is ook een lange, niet autovrije, winkelstraat met vestigingen van verschillende ketens, maar ook lokale handelaars. Opvallend is dat deze tot in de late avond open blijven. De stad is gelegen aan de Turkse Rivièra, hoewel de kust zelf op een aantal kilometer van het centrum ligt. Antalya staat bekend om haar Konyaalti beach (strand met kiezelstenen) en Lara beach (zandstrand). In de regio van Antalya bevinden zich onder andere de steden Alanya, Kemer, Side en Belek. Deze regio is rijk aan archeologische sites, maar is ook mooi wat de natuur betreft.